Op de bovenverdieping van Kunsthal Rotterdam vind je op dit moment bijzondere en zeer afwisselende tentoonstelling, The Museum of Everything. Een rondreizende collectie van de Brit James Brett, een flamboyante vertegenwoordiger van de outsiderskunst.

Eclectisch

Meer dan honderd onafhankelijke en niet-academische kunstenaars uit de 19e, 20e en 21e eeuw nemen deel aan deze tentoonstelling. Ze worden omschreven als buitenbeentjes. Ik ben blij dat de Kunsthal ze zelf omschrijft als ‘onontdekte, onbedoelde, ongetrainde en niet geclassificeerde kunstenaars van de moderne tijd’. Het doet namelijk niets af van het werk wat zij maken.

Kunst grijpt je hier letterlijk naar de keel. Er is zoveel te zien, zoveel verschillende stijlen en vormen. Het voelt alsof ik in een groot maar intiem doolhof loop. In elk hoek en na elke bocht zie je weer wat nieuws. Kleuren, vormen, materiaal, techniek, grote objecten en kleine voorwerpen springen op je af. Zo kun je een sprookjespanorama van conciërge Henry Darger uit Chicago bewonderen en enorme hoge visioenen van een Chinese fabrieksarbeidster Guo Fengyi.

Ik pak het laatste uurtje mee van de dag en dat is sowieso te kort tijd om alles goed in je op te nemen. Een van de bezoekers hoor ik zeggen ‘ik neem het niet meer op, laten we gaan’. Dus wellicht kun je ook niet alles zien en tot je nemen. Deze expositie is zeker een aanrader: dompel je onder in de wereld van de kunst.

Tot 22 mei 2016 in de Kunsthal Rotterdam, The Museum of Everything.