One: Number 31 - 1950

Kunst is subjectief: ik vertel je niet wat jij mooi of lelijk moet vinden. Misschien ken je het boek Dat kan mijn kleine zusje ook van Will Gompertz. Dit boek legt uit waarom sommige kunstwerken als kunst beschouwd worden. Het is een leuk informatief boek waar ik veel van opgestoken heb. Toch zijn er kunstwerken waar ik ‘niets mee kan of niet snap’. Een van deze kunstwerken is van de Amerikaanse Jackson Pollock (1912 – 1956). Hij wordt gerekend tot een van de invloedrijkste Amerikaanse kunstenaars die tot de abstract expressionistische stroming behoorden. Zijn werk was vernieuwend voor die tijd. Hij gooide de verf met kwast op het doek, liet de verf op het doek druppen en spoot de verf vanuit de tube. Zijn bijnaam was Jack the Dripper

Ik vind zijn werk niet mooi. Het is donker, rommelig, ik zie er niets in en ik voel er niets bij (niet altijd een voorwaarde voor mij overigens). Ik heb een aantal artikelen gelezen om het hoe en waarom te ontdekken. Hij kampte met een alcoholverslaving en hij was depressief. Met deze ingrediënten zijn, in mijn ogen, mooiere kunstwerken ontstaan van bijvoorbeeld Van Gogh. Het verklaart misschien wel zijn donkere en chaotisch werken. Pollock experimenteerde met automatisch schilderen, hij beeldde af wat bij hem opkwam: vrij en expressief. De critici waren het in de jaren veertig en vijftig ook niet met elkaar eens, van waardeloos tot genie. Je mag het zelf bepalen.