Een paar eenvoudige penseelstreken zorgen voor heel veel gezichtsuitdrukkingen op de prachtige houten kokeshi-poppen. Maak kennis met een Japanse volkskunst uit de Tohoku-regio. Het Japanmuseum Sieboldhuis in Leiden organiseert een tijdelijke tentoonstelling over deze bijzondere traditionele poppen.

Minimalistisch vakwerk

De geschiedenis van deze poppen gaat terug naar begin 19e eeuw in de regio Tōhoku in het noordoosten van Japan. De traditionele poppen zijn allemaal meisjes, omdat meisjes vroeger met poppen speelden. Je ziet geen voeten of armen bij de poppen; zo kon het hout eenvoudig bewerkt worden. Het hoofdje zit op een cilindervormig lichaam. Het gezicht is met een paar penseelstreepjes bewerkt en het lijfje heeft een geschilderd bloemenpatroon. Iedere kokeshi-pop wordt beschilderd volgens een patroon dat al generaties doorgegeven wordt. Deze volkskunst verspreidde zich door de regio Tōhoku en de ambachtslieden beïnvloeden elkaar. De kokeshi-poppen onderscheiden zich in elf verschillende stijlen, vernoemd naar elf regio’s in het noordoosten van Japan. De vorm van de kokeshi-poppen, hoe het hoofd is vastgemaakt aan het lichaam, haarversiering, kleuren, patronen en de gezichtsuitdrukkingen bepalen de stijl. Het ambacht is nog steeds populair, het telt nog zo’n honderdzestig handbewerkers en jaarlijks worden er wedstrijden georganiseerd wie de beste kokeshi maakt.

Stijlen

Als leek is het lastig om zo op het eerste oog de stijlen uit elkaar te halen. Natuurlijk zie je de grote verschillen, maar het zit hem in de details. Sommige kokeshi poppen hebben geen hoofddeksel, een knotje op het hoofd, de pony met een zichtbare plukjes of een rechte lijn, de neus is als een traan geschilderd of als een half rondje. Je ziet kleine gezichtjes of gezichten die de vorm het hoofd volledig gebruiken. Daarnaast verschilt het gebruik van de bloemen per stijl: van mooie losse bloesems tot gestileerde bloemen. Het is soms goed zoeken naar alle elf verschillende stijlen.
Iedere stijl heeft ook nog weer een eigen ejiko – ook wel izumeko genoemd – mandenkindje. Vroeger, en misschien nog steeds, namen boeren hun baby’s mee naar het land. Ze wikkelden de baby’s in quilts en ze legden de kinderen in een rieten mandje. De ejiko bestaat uit een houten mandje en alleen het kinderhoofdje steekt er boven uit.

De kracht van de boom

De reden dat de kokeshi uit de Tōhoku regio komt, heeft te maken met de bergbossen in dit gebied. De bomen bestaan uit het juiste hout om de poppen te maken. De strenge winters in het gebied zorgen ervoor dat een bepaald boomsoort, de reuzenkornoelje, langzaam groeit. Daardoor heeft het hout een dichte houtstructuur en heeft het geen jaarringen. De witte kleur van deze boom geeft een mooie huidskleur voor de kokeshi. In de herfst wordt de boom gesnoeid en in de lente bloeit hij weer volop. Een onuitputtelijke houtbron. De sterke levenslust van de boom is voor de Japanners een reden om deze kokeshi te kopen of te geven. Deze levenslust wordt in de pop doorgegeven. Ik vind dat een mooie gedachte. Tijdens mijn bezoek aan het museum was een van de kunstenaars aan het werk. Bijzonder om deze oude ambacht live te zien. Alhoewel.. deze kunstwerken in Japan zelf bezichtigen, is het natuurlijk nog beter.

Meer informatie over het Japanmuseum Sieboldhuis en deze bijzondere tentoonstelling, klik hier.